Buitenwerkers krijgen nog lang niet altijd voldoende bescherming tegen de zon

Algemeen
Ingezonden door Vital Solutions

Drie op de tien werknemers werken in de zomer weleens buiten. In agrarische beroepen loopt dat aandeel op tot 77 procent en binnen transport en logistiek tot ruim 55 procent. Toch worden maatregelen tegen uv-straling niet altijd aangeboden of gebruikt, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en TNO.

Voor werkgevers met buitenpersoneel is dat een reden om niet alleen zonnebrandcrème neer te zetten, maar ook te kijken of de gekozen bescherming in de praktijk werkt. Zeker in sectoren als landbouw, bouw, transport en techniek kan buitenwerk een groot deel van de werkdag beslaan.

Bescherming wordt lang niet altijd gebruikt

Van de werknemers die bescherming tegen de zon krijgen aangeboden, gebruikt 18 procent deze vrijwel nooit. Nog eens 30 procent maakt er slechts soms gebruik van. Zonnebrandcrème is de meest aangeboden maatregel, gevolgd door schaduwplekken en zonwerende kleding, hoofddeksels of zonnebrillen.

Het CBS-onderzoek laat niet zien waarom werknemers de maatregelen laten liggen. Wel maakt het duidelijk dat bescherming beschikbaar stellen niet automatisch betekent dat medewerkers er voldoende gebruik van maken. Werkgevers moeten daarom ook nagaan of de maatregelen passen bij de werkzaamheden en tijdens de werkdag daadwerkelijk bruikbaar zijn.

Een schaduwplek heeft bijvoorbeeld weinig waarde voor iemand die voortdurend op verschillende locaties werkt. Ook beschermende kleding of aangepaste pauzetijden moeten aansluiten op het soort werk en de omstandigheden waaronder dat wordt uitgevoerd.

De risico’s verschillen per functie

Uv-straling is bij buitenwerk een duidelijk gezondheidsrisico, maar meestal niet het enige. Afhankelijk van de functie kunnen medewerkers ook worden blootgesteld aan warmte, lawaai, stof, trillingen of langdurige fysieke belasting.

Die verschillen maken een algemene gezondheidscheck weinig gericht. Een medewerker die machines bedient, loopt immers andere risico’s dan iemand die zwaar werk op het land uitvoert of veel tijd langs de weg doorbrengt. Om gezondheidsschade door het werk vroeg te kunnen signaleren, moet onderzoek daarom aansluiten op de risico’s die binnen de organisatie en per functie zijn vastgesteld.

Werkgevers dragen verantwoordelijkheid 

Werkgevers moeten hun medewerkers periodiek een arbeidsgezondheidskundig onderzoek aanbieden. De inhoud en frequentie van dit PAGO worden bepaald aan de hand van de arbeidsrisico’s binnen het bedrijf, waarbij de bedrijfsarts hierover adviseert.

Bij buitenwerk kan het onderzoek bijvoorbeeld worden aangevuld met gehooronderzoek, longfunctieonderzoek, visusonderzoek of een beoordeling van de fysieke belastbaarheid. Welke onderdelen relevant zijn, hangt af van de werkzaamheden en de risico’s uit de RI&E.

Wie deze risico’s gericht wil onderzoeken, kan een PAGO keuring laten afstemmen op verschillende functies of afdelingen. Bedrijven zoals Vital Solutions combineren daarvoor vragenlijsten met fysieke onderzoeken, waaronder gehoor-, longfunctie-, visus- en bewegingsonderzoek. De werkgever ontvangt vervolgens een rapportage met de belangrijkste aandachtspunten, zonder dat individuele medische gegevens worden gedeeld.

De nieuwe cijfers laten vooral zien dat alleen maatregelen aanbieden niet voldoende is. Werkgevers moeten ook weten of de bescherming wordt gebruikt, of deze past bij het dagelijkse werk en welke andere arbeidsrisico’s bij buitenwerkers een rol spelen.