Molen De Meeuw op de dijk bij Garnwerd (archieffoto).
Molen De Meeuw op de dijk bij Garnwerd (archieffoto).

Molen De Meeuw pronkt weer aan het Reitdiep in Garnwerd

Algemeen Verhalen

GARNWERD - Na een ingrijpende restauratie en een lange periode van stilstand wordt korenmolen De Meeuw in Garnwerd zaterdag weer officieel in gebruik genomen. Dit hersteltraject was nodig om de toekomst van deze bijzondere ‘molen op de dijk’ te garanderen. In dit overzicht blikken we terug op de geschiedenis en de technische uitdagingen die de grote onderhoudsbeurt noodzakelijk maakten. 

door Aad van der Drift 

Voordat de molen van Garnwerd in 1850 afbrandde, stond op de dijk langs het Reitdiep al een molen uit 1828. Direct na de brand in 1851 werd een nieuwe molen gebouwd. Opdrachtgever was Wilke Hendriks Pathuis, huurder van de afgebrande molen. Hij was zowel molenaar als bakker en had hier alle belang bij. In deze tijd werden er volop koren- en pelmolens gebouwd; in hetzelfde jaar kwamen er ook nieuwe molens in Winsum en Adorp.  

Molens vergen altijd veel onderhoud. Daarbij werden ze steeds minder gebruikt door de opkomst van stoommachines, die minder afhankelijk waren van de weersomstandigheden. Het malen werd zo stukken goedkoper; het nadeel voor de molenaars was dat hun inkomsten terugliepen. Toch kreeg de Garnwerder molen in 1929 een gietijzeren as ter vervanging van de houten as. Deze as, afkomstig uit een Zuid-Hollandse poldermolen, was eigenlijk te groot voor de kleinere Garnwerder molen. Hij was geschikt voor roeden van negenentwintig meter, terwijl de roeden van De Meeuw slechts twintig meter zijn. Daarom waren er grote vulblokken nodig om ze te centreren. Deze grote as zit nog altijd in de molen. 

Gemeenschapsgeld 

Toen in 1942 een van de roeden afbrak en de andere in slechte staat bleek te zijn, zat molenaar Reizinga met grote kosten die hij niet kon opbrengen. Stichting De Hollandsche Molen uit Amsterdam had echter een zwak voor de volgens hen ‘prachtige molen op de dijk’. Het werd een van de eerste restauraties die met gemeenschapsgeld werd gefinancierd. De kosten werden gedekt door diverse bijdragen, met als grootste donatie 1230 gulden van het Rijk, en maar liefst 1029,50 gulden bijeengebracht door de Garnwerders. Andere schenkingen kwamen van het Fonds voor Bijzondere Nooden, de provincie, het H.S. Kammingafonds, De Hollandsche Molen, het Papenfonds, Stad en Lande, Heemschut en de ANWB. De toenmalige gemeente Ezinge nam het resterende tekort voor haar rekening.

Wiekenkruis met daaronder duidelijk zichtbaar de herstelde voeghoutkoppen.
Wiekenkruis met daaronder duidelijk zichtbaar de herstelde voeghoutkoppen.

Bij de restauratie in 1943 werden de houten roeden en zeilen vervangen. Ook kwam er een roede met zelfzwichting (jaloeziekleppen). Tot dan toe had de molen geen naam; na het herstel werd hij ‘De Meeuw’ genoemd. Al snel, in 1947, was na een krachtige storm opnieuw herstel noodzakelijk. Tijdens deze storm ontstond ook brand, die echter tijdig kon worden geblust. De molen werd steeds minder gebruikt, maar de gemeente Ezinge zag de waarde van het landschappelijke element wel in en kocht de molen in 1961 voor 1000 gulden. Pas in 1967 moest aan een nieuwe grote restauratie worden begonnen. Het pelwerk werd grotendeels verwijderd. Wie nu op de benedenverdieping kijkt, kan de beide pelstenen daar nog aantreffen. Het duurde nog eens tien jaar voordat het overgebleven koppel maalstenen weer maalvaardig was. Hoewel het niet vaak gebeurt, kan er dus nog steeds gemalen worden. 

De molen werd door de jaren heen zo goed mogelijk onderhouden. Bij een volgende restauratie tussen 1976 en 1978 was de hele bevolking van Garnwerd er weer bij betrokken. Deze restauratie veranderde het uiterlijk opnieuw, doordat de zelfzwichting weer werd verwijderd. 

Doorgerot 

In 2019 trof molenaar Alex Buist houtsplinters in de kap aan. Na inspectie bleek dat de voeghouten -de zware balken waarop de draaibare kap rust- te ver waren doorgebogen. Om de molen tijdelijk veilig te laten functioneren, werd in 2020 een kortdurende tussenoplossing gerealiseerd. Een ingrijpende restauratie was echter noodzakelijk, omdat de houten balken in de kap, die het enorme gewicht van de wieken en de hoofdas dragen, aan de buitenkant waren doorgerot. Deze grote dragende balken werden als eerste met ijzeren spanners verstevigd. Tegelijkertijd vernieuwde molenmaker Anne Doornbosch direct onder de draaiende as de houten dwarsbalk en het dragende steunblok (door molenaars de ‘windpeluw’ en de ‘burgemeester’ genoemd). Ook het interne raderensysteem dat de molen in beweging zet, is grondig nagekeken. Tot slot werd de onbewerkte boomstam aangepakt die als takelkraan voor de zware maalstenen dient. Naast het werk in de molen kreeg ook de stelling een grote onderhoudsbeurt. De buitenrand waarop de stelling rust, werd samen met de vloerplanken en de schuine steunbalken hersteld van houtrot. De leuning werd traditioneel aangepakt, zonder gebruik te maken van schroeven. Daar bleef het niet bij, want uit historisch onderzoek bleek dat de stelling vroeger zwart was en niet wit. In overleg met gemeente Westerkwartier en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is besloten de oorspronkelijke kleur terug te brengen.

Nieuwe bankjes

Al vroeg in het voorjaar van 2026 bevonden de werkzaamheden zich in de afrondende fase. Voor het restaureren van de balkkoppen is vloeibare kunsthars nodig. Dit proces vereist een buitentemperatuur die dit voorjaar uitbleef. Deze hars beschermt het hout tegen vocht en verdere aantasting. Ook de gemeente heeft haar steentje bijgedragen door rondom de molen nieuwe zitbankjes voor bezoekers te plaatsen. Het mooiste is echter om weer vanaf de stelling over het Reitdiep uit te kijken. Dat kan weer na de feestelijke heringebruikname op 4 juli. De Meeuw wordt zaterdag om 12.00 uur officieel heropend door wethouder Bé Schollema. Vanaf 11.00 uur is er een inloop voor genodigden en dorpsbewoners.