
Het verhaal van nieuwe Hogelandster Ahmet Dinc
Algemeen VerhalenWARFFUM - In het Wieshoes in Warffum wordt vrijdag het Vakland Café Welkom op het Hogeland! gehouden. Ahmet Dinc vertelt dan zijn verhaal, samen met andere nieuwe Hogelandsters. Wie zijn verhaal wil horen, is vrijdag van 15.30 tot 17.00 uur welkom in Warffum.
door Louis Stiller
Vele Warffumers kennen Ahmet inmiddels van de Thuiskamer. Achter de bar staat daar een man met een brede glimlach, die, zoals hij het zelf zegt, ‘koffie zet en de tafel opmaakt’. Wie met hem in gesprek raakt, ontdekt al snel dat er een heel leven achter die bescheiden woorden schuilgaat. Ahmet Dinc is namelijk professor in de economie, auteur van zo’n tien boeken, gevlucht uit Turkije en sinds twee jaar inwoner van Usquert. Alles zet hij in om verder te komen in zijn leven in Het Hogeland, samen met zijn vrouw en kinderen.
Dinc komt uit Turkije. Zijn huis stond in Muğla, in het zuiden van het land, maar hij werkte als docent aan de universiteit van Samsun, in het Noorden. ,,Ik ben professor. Mijn vak is economie. En ik heb ongeveer 10 boeken geschreven”, vertelt hij. Misschien neemt hij die boeken mee naar het Vakland Café. Waarom hij Turkije moest verlaten, vat hij samen in één nuchtere zin: ,,Vanwege de politieke situatie was het niet meer veilig in Turkije. Als ik was gebleven, was ik in de gevangenis terechtgekomen. Of nog erger.” De professor doelt op de jaren van grote zuiveringen in het Turkse wetenschappelijk onderwijs, waarbij duizenden academici hun baan, vrijheid of vaderland kwijtraakten. Dinc koos voor de vlucht. Zijn route door Nederland is die van duizenden andere vluchtelingen: ,,Eerst in Nijmegen. Drie, vier maanden. Dan Musselkanaal. En nu woon ik in Usquert, al twee jaar.” In totaal is hij nu drie jaar in Nederland. Over zijn nieuwe vaderland is hij ongekend stellig: ,,Ik ben dankbaar voor Nederland. Het opende de deur voor mij en mijn familie.”
Waardevol
Dankbaarheid is bij Dinc geen loos begrip, maar een werkwoord. Net als ontwikkelen. Twee dagen in de week staat hij als vrijwilliger bij de Voedselbank Het Hogeland, waar hij al twee jaar actief is. Daar zit hij ‘op de auto’ om spullen op te halen bij winkels in de regio. ,,Soms aardappelen ophalen, een andere keer eieren”, schatert hij. In de Thuiskamer in Warffum vervult hij een andere rol: ,,In de Huiskamer zet ik koffie, samen met Mohammed en Elza. En we richten de tafel gezellig in. Daarna praten we met zijn allen, met koffie, thee en koek.” Dat laatste is minstens zo belangrijk als het koffiezetten. De Thuiskamer is voor Dinc ook een taalles. ,,Als we praten, oefen ik”, zegt hij over het contact met de andere bezoekers. Ieder gesprek aan tafel betekent een stapje verder in de ontwikkeling van zijn Nederlandse taalvermogen. En daarmee is zijn vrijwilligerswerk aan twee kanten waardevol: hij geeft iets terug aan de samenleving die hem opvangt en hij leert er zelf elke dag van. ,,Ik ben blij dat ik hier mag zijn”, vat hij het samen.
Altijd maar vooruit
Wie Dinc kent, weet: stilstaan staat niet in zijn woordenboek. Elke dag probeert hij een stap verder te zetten. Hij slaagde onlangs voor zijn examen Kennis van de Nederlandse Maatschappij. ,,Ik ben geslaagd”, zegt hij trots. Daarnaast volgt hij drie dagen per week een cursus Nederlands in Groningen. En ook daarbuiten zoekt hij de taal op: ,,Mijn buren helpen mij, we praten veel samen. Net als hier in Warffum of in Winsum.” Zijn toekomstplan is even praktisch als ambitieus. Uiteindelijk wil hij weer werken als econoom. ,,Mijn vak is economie. Maar mijn taal is niet genoeg” Maar hij beseft dat dat nog jaren oefening kost. Daarom wil hij eerst aan de slag als logistiek medewerker: ,,Misschien 3, 4, 5 jaar. Dan heb ik de kans om goed Nederlands te leren.” Passend genoeg is zijn werk bij de voedselbank ook een training voor werk in de logistiek. Dinc staat niet te wachten tot zijn leven weer begint: hij is er allang mee begonnen. Niet als econoom, maar wel met hetzelfde doorzettingsvermogen.

Meer jongeren nodig
Als econoom kijkt Dinc met een eigen bril naar zijn nieuwe woongebied. Hij vindt het er mooi, maar ziet ook schaduwzijden. ,,Het is een mooi gebied, maar er moeten jongeren in dit gebied komen wonen. En meer ondernemers.” Zijn analyse gaat verder dan een constatering. ,,Dat moet ook gestimuleerd worden, door de overheid en door andere ondernemers.” Alleen jonge mensen werven is volgens hem niet genoeg: ,,Goed gekwalificeerde jongeren, dat is de sleutel. Met diploma’s en goede technische kennis en ervaring.”
Het portret dat zo ontstaat, is dat van een man die weigerde te wachten tot zijn leven weer zou beginnen. In drie jaar tijd vluchtte Ahmet Dinc uit Turkije, doorliep de opvang in Nijmegen en Musselkanaal, vond een thuis in Usquert, haalde zijn KNM-examen, leert Nederlands en geeft zichzelf weg als vrijwilliger bij de Voedselbank en in de Thuiskamer. ,,Het opende de deur voor mij en mijn familie”, zegt hij over Nederland. En zo te zien doet hij er alles aan om die deur open te houden.




