Koren- en pelmolen De Jonge Hendrik in Den Andel. Foto: Jan Willem Houweling.
Koren- en pelmolen De Jonge Hendrik in Den Andel. Foto: Jan Willem Houweling.

Op de fiets langs molens

Algemeen

NOORD-GRONINGEN - Het vruchtbare kleiland landschap in het noorden van Groningen bracht in de negentiende eeuw grote agrarische rijkdom. Getuigen hiervan zijn de imposante koren- en pelmolens. Om deze geschiedenis en de weidsheid van Het Hogeland op de fiets te beleven, maakte Erfgoed in Groningen de podcastroute Windvangers van Het Hogeland

door Aad van der Drift

Deze 48 kilometer lange tocht kan dankzij een gratis verkrijgbare flyer of met begeleiding van een telefoon gereden worden. Het is een tocht langs oude wierden, kerken en maren. Kerktorens en molenwieken wijzen als het ware de weg. wijzen. De rit begint officieel in Winsum, maar kan in feite overal langs de route beginnen.
In Winsum markeren twee grote stellingmolens het dorpsbeeld. Aan de rand van het centrum staat molen De Vriendschap, een bouwwerk uit 1785 dat in 1801 als een houten bouwpakket uit Mensingeweer werd verplaatst. In de podcast vertellen molenmakers Rob Hoving en Martijn Scholtens over hun vak en molenonderhoud.
Iets verderop staat stellingmolen De Ster uit 1851. Deze molen staat op een historische molenberg waar voorheen een dominicaner klooster lag. Let op de wieken van De Ster, op de ene roe zit zelfzwichting (jaloeziekleppen) en de andere roe heeft nog zeilen. Vanuit Winsum gaat de tocht langs de wierde van Ranum, waar aan de ene kant van de provincialeweg een prachtige witte boerderij uit 1861 staat en aan de andere kant het verstilde restant van een wierdedorp waar een verstopt kerkhof met historische grafzerken ligt. In noordelijke richting gaat het vervolgens naar de wierde van Rasquert. Opgeworpen rond 600 voor Christus en begin 20e eeuw deels afgegraven vanwege de vruchtbare terpaarde die in Drenthe diende als bodemverbeteraar. In Warffum is een bezoek aan het Openluchtmuseum Het Hogeland een aanrader. Hier voel je het vroegere plattelandsleven. In de museumtuin staat zaagmolen De David, slechts zes meter hoog. Na een zwerftocht in boerenschuren belandde deze molen op het terrein van het museum. Vanaf Warffum gaat de tocht over de Oude Dijk richting Den Andel. Onder de dijk staat koren- en pelmolen De Jonge Hendrik uit 1875, vernoemd naar de molenaarszoon die tijdens de bouw werd geboren. De molen herbergt een intact pelwerk waarmee tot voor kort op ambachtelijk wijze gerst tot gort werd gepeld. Van Den Andel gaat het verder zuidwaarts naar Saaxumhuizen. De horizon is hier gekenmerkt door silhouetten van dorpskerken, zoals die van de dertiende-eeuwse kerk van Saaxumhuizen. In de verte zijn de molens van Pieterburen en Eenrum en de kerkjes van Den Andel en Baflo herkenbaar.

In Eenrum zien we koren- en pelmolen De Lelie, vroeger de Veurste Meul’n genoemd omdat hij aan het begin van de Molenstraat stond. Ooit stonden er maar liefst drie molens in Eenrum. In 1954 sloeg de Lelie op hol en werden de zware pelstenen door de muren geslingerd. Verderop in Mensingeweer staat molen Hollands Welvaart uit 1855. Op de zolder bevindt zich nog een fietswiel met een kleine generator. Daarmee wekte de molenaarszoon in de Tweede Wereldoorlog op inventieve wijze elektriciteit op.

Door het stroomgebied van het Reitdiep Groot Maarslag is een duidelijk herkenbare wierde uit het jaar 1000. Voor je de wierde op fietst, zie je rechts een historische lijkweg naar het verdwenen kerkdorp Klein Maarslag. Het zijl of sluisje van het naburige Schouwerzijl verklaart de naam van dit plaatsje. Over de brug verderop zit aan de woning van Sarriesweg 7 een gevelsteen. Hier woonde de sarries, een provinciaal ambtenaar die tot de afschaffing van de belasting op het gemaal in 1855 toezicht hield op het malen. Verder over de dijk fietsend komt het Reitdiepveer in zicht. Dit veer vaart in twintig minuten over het meanderende Reitdiep via een sluis naar Aduarderzijl. Omfietsen naar Garnwerd kan, maar het bootje is meer dan de moeite waard. Vanaf de net gerestaureerde stellingmolen De Meeuw is het uitzicht adembenemend. Het Reitdiepgebied overziend kan het net lukken in de verte een aantal andere molens waar te nemen. Een tocht langs de dijk en over Hekkum brengt de fietser al slingerend uiteindelijk in Adorp. Hier staat de onlangs geheel gerestaureerde koren- en pelmolen Aeolus. Opvallend is dat deze molen scheef lijkt te staan. De onderbouw zakte al tijdens de bouw deels weg in een veenpakket. De metselaars corrigeerden de houten romp met extra stenen om de kap toch horizontaal te krijgen. Molenaar Ids van der Honing benadrukt in de podcast dat rechtzetten bij de onlangs gepleegde restauratie geen optie was: ,,Je gaat ook niet de toren van Pisa of de toren van Bedum rechtzetten.” De laatste etappe leidt langs Klein Wetsinge, waar de markante grijs-witte stellingmolen De Wetsinger staat. Dit bouwwerk staat centraal tussen de oude wierdedorpen Sauwerd en Wetsinge, vlak bij een negentiende-eeuws kerkje. Uitgebreid wordt in de podcast ingegaan op pellen en gort als volksvoedsel. De molens zijn voor het publiek van binnen gratis te bezichtigen wanneer de wieken draaien, de vlag wappert of de deuren openstaan.

De route van de 48 kilometer lange tocht kan met een telefoon worden gedowndload.