Twee vrouwen kregen ruzie aan een kronkelende maar bij Eppenhuizen.
Twee vrouwen kregen ruzie aan een kronkelende maar bij Eppenhuizen.

De zaak Wabbeke: een ruzie bij Eppenhuizen uit 1540

Algemeen Verhalen

EPPENHUIZEN - In 1540, ergens aan een kronkelende maar bij Eppenhuizen, krijgen twee vrouwen ruzie. Buren horen het geschreeuw en snappen dat het menens is. Een getuige onthoudt de woorden tot op de letter en zal ze later voor de rechter herhalen. 

door Guus Frumau

Zo kan het dat we bijna vijfhonderd jaar later bij de Groninger Archieven nog steeds kunnen nalezen wat er is gezegd: ‘Heffstuen dyn man nyet doet geslagen wat heffstum dan gedan?’ Heb je je man niet doodgeslagen, en als dat niet zo is, wat heb je dan gedaan? De woorden zijn van Ytke Hillebrants, gericht aan haar buurvrouw Wabbeke, weduwe van Harcken Emmens. Bijzonder gedetailleerd voor zo’n kleine zaak. Zelfs de plek waar het allemaal zou zijn gebeurd, wordt in de stukken even nauwkeurig vastgelegd: ‘vp de dam tuysschen rencke eysses landt vnde Jacob Jansen landt by de reyt’, op de dam tussen het land van Rencke Eisses en Jacob Jansen, bij het riet langs een van de kronkelende maren rond Eppenhuizen.

Ytke deed er zelfs nog een schepje bovenop. Ze zou er volgens getuigen aan hebben toegevoegd dat Wabbeke, toen ze ‘de sele nyet kwijt worden kon‘, haar man had meegesleept naar een ‘hemelijck huis’, vermoedelijk het privaat, de WC dus, en hem daar zijn ziel ‘boven of onder’ uit had gedrukt.

Van Ewsums 

Het dossier-Wabbeke is onderdeel van het familiearchief van de Van Ewsums. De van Ewsums bezaten grote stukken grond in de Ommelanden. Hun thuisbasis lag oorspronkelijk bij Middelstum, maar in de loop van tijd breidde hun bezittingen zich uit. Onder andere het landgoed Nienoord in Leek behoorde tot hun bezit. In hun gebieden traden de van Ewsums op als redger, lokale rechter, en in die rol kwamen niet alleen grote zaken op hun bord, maar ook plaatselijke conflicten: pachtgeschillen, beschuldigingen van smaad, burenruzies.

Het familiearchief is niet altijd even goed in beeld geweest. In de zeventiende eeuw had het Groninger stadsbestuur een kist met Van Ewsum-papieren in beslag genomen om het vervolgens eeuwenlang op de zolder van het stadhuis aan de Grote Markt te laten verstoffen. Pas in 1893 ontdekte archivaris J.A. Feith de kist, met drie sloten, naar verluidt één voor elk van de drie broers Van Ewsum. Feith bracht de kist over naar het archief en schreef er een enthousiast artikel over in het Nederlandsch Archievenblad. Sindsdien wordt het archief stapje voor stapje ontsloten. Op dit moment maken vrijwilligers het archief in het publieksproject Tijdcapsule Van Ewsum verder toegankelijk met behulp van de AI-tool Transkribus.

Hoon en eerroof

Maar terug naar 1540, naar de dam bij Eppenhuizen. Wabbeke laat het er niet bij zitten. Ze wendt zich tot Johan van Ewsum, hoofdeling te ‘Myddelstum’ en redger te ‘Eppingahuesen’. In het Ommelander recht worden beschuldigingen van moord zwaar opgevat: wie iemand van een dergelijk feit beschuldigt, moet dat kunnen bewijzen, en als dat niet lukt kan de aanklacht zelf aanleiding geven tot een procedure wegens hoon en eerroof. In een brief schrijft Wabbeke dat de woorden van Ytke haar ‘yn lyff vnde ghoet gha’. Dus dat ze haar raken in haar eer én in haar bestaanszekerheid als weduwe.

Ytke wordt verdedigd door haar man Hilbrant. Hij ontkent dat de woorden in deze vorm zijn gevallen en verzoekt dat zijn vrouw ‘ungemoyet laeten’ wordt, met rust gelaten. Mocht er toch iets gezegd zijn, voegt hij toe, dan staat daar slechts een boete van vijf mark op. Het lijkt er dus op dat Hilbrant de hele zaak maar gedoe vindt.

Maar voor Wabbeke gaat het echt ergens over en dus houdt ze vast aan haar klacht. Getuigen worden opgeroepen en hun verklaringen worden afzonderlijk vastgelegd, met aandacht voor waar de woorden zijn gevallen, wanneer, en in welke precieze formulering. Één getuige verklaart de woorden letterlijk te hebben verstaan, anderen bevestigen de strekking maar niet altijd de exacte bewoordingen. De ruzie op de dam groeit uit tot een dossier. Maar de vraag of Wabbeke inderdaad haar man heeft vermoord, komt niet aan de orde. De betrokkenen houden zich netjes aan de kern van de zaak: de eer van Wabbeke en dus vooral over wie wat en wanneer heeft gezegd.

Johan van Ewsum, hoofdeling te ‘Myddelstum’ en redger te ‘Eppingahuesen’, moest uitspraak doen in de zaak.
Johan van Ewsum, hoofdeling te ‘Myddelstum’ en redger te ‘Eppingahuesen’, moest uitspraak doen in de zaak.

Een uitspraak van Johan van Ewsum is in het dossier ook niet bewaard gebleven, en of hij ooit tot een oordeel kwam, is onbekend. Wel bevatten de stukken een opmerking van Hilbrant die de zaak in een ander licht zet. Wabbeke zou volgens hem alleen klagen omdat ‘sye myn landt gerne in de huere wolde hebben’, omdat ze zijn land graag in huur wilde hebben. Sterker nog, voegt hij toe: ze zou hem ‘dycke vnde vake’, vaak en herhaald, om dat land hebben gevraagd, zonder succes.

Speelde er meer? 

Het is maar een suggestie, maar wel een interessante. Hilbrant heeft er natuurlijk alle belang bij Wabbeke onbetrouwbaar te laten lijken, maar zijn opmerking laat doorschemeren dat er meer speelde dan eerroof alleen. Voor een weduwe in de zestiende-eeuwse Ommelanden was toegang tot land niet vanzelfsprekend. Pacht moest worden geregeld via familieverbanden, onderhandelingen of, soms, juridische procedures. Of Wabbekes klacht te maken had met haar belang bij Hilbrants land, valt uit de stukken niet af te leiden. Alleen het glimpje dat Hilbrant zelf biedt, blijft over.

Of Wabbeke haar gelijk heeft gekregen, weten we ook niet. Wat de stukken wel bieden is een bijzonder gedetailleerd inkijkje in het leven van gewone vrouwen in de zestiende eeuw. En de plek waar de woorden vielen, ergens aan een maar bij Eppenhuizen, is er waarschijnlijk nog. Wie een ommetje rond Eppenhuizen wandelt, kan zich de burenruzie van 1540 levendig inbeelden.

Guus Frumau is deelnemer aan het publieksproject Tijdcapsule Van Ewsum bij de Groninger Archieven. Dit verhaal verscheen in andere vorm eerder op de site van Groninger Archieven.