
De ruiter in de kerk van Tinallinge blijft een raadsel
Algemeen Verhalen Militaire graffiti uit vervlogen tijden roept nog steeds vragen opTINALLINGE - Vanaf een muur in de kerk van Tinallinge kijkt een slordig getekende ruiter de bezoeker met lege ogen aan. Op zijn hoofd een brede baret, langs de flank van zijn paard een vuurwapen. Niemand weet wie de ruiter of de tekenaar is.
door Guus Frumau
Rond de ruiter staan meer tekeningen: kerktorens van waaruit geschoten wordt, een pistool, allerlei merktekens en een spreuk in een tot nu toe onleesbaar zestiende-eeuws handschrift. Alles wijst op oorlogsgeweld in de late zestiende eeuw. Het is bijzondere militaire graffiti. Kenners leggen een verband met de strijd rond Winsum in 1581, dus in de tijd van de Nederlandse Opstand, misschien beter bekend als de Tachtigjarige Oorlog. Veel mensen zullen daarbij denken aan Willem van Oranje en zijn strijd tegen de Spaanse overheersing. In Groningen viel dit conflict samen met een oude strijd tussen Stad en Ommelanden. De stad koos de kant van de Spaanse koning, Ommelander edelen, zoals Wigbold van Ewsum, kozen voor de Opstand. Voor de Ommelanders betekende deze tijd vooral veel ellende door rondtrekkende huurlinglegers van beide partijen. In 1581 had Van Ewsum bij Winsum een legertje ‘geuzen’ verzameld en verdedigingswerken opgeworpen. Toen Spaansgezinde troepen posities in de omgeving innamen, liep de spanning hoog op. In een tijd dat de meeste gebouwen van hout en riet waren, zochten verdedigers hun toevlucht in de weinige stenen bouwwerken die er stonden, kerktorens voorop. De getekende torens van waaruit geschoten wordt, passen goed in dit beeld.
De spannendste vraag bij de militaire graffiti in de kerk van Tinallinge bleef altijd: wie is die ruiter? Dat die vraag nu opnieuw op tafel ligt komt door het publieksproject Tijdcapsule van Ewsum, waarbij vrijwilligers van de Groninger Archieven met behulp van AI moeilijk leesbare handschriften toegankelijk maken. De hoop was dat er in het archief van de Van Ewsums ergens een brief zou opduiken over de onrust rond Winsum, of zelfs een vermelding van Tinallinge. En dat misschien iemand de onleesbare spreuk zou kunnen ontcijferen. Dat bleek allemaal makkelijker gezegd dan gedaan.

De ruiter heeft geen helm en harnas en ziet er dus niet uit als een edelman of zware cavalerist. Zijn uiterlijk doet sterk denken aan een lichte cavalerist met een haakbus, een vroeg vuurwapen. Deze arquebusiers à cheval waren snelle beweeglijke huurlingen die vaak vooruitgestuurd werden voor verkenning, om posities in te nemen of verrassingsaanvallen uit te voeren. Deze huurlingen hadden een zekere trots en gevoel voor beroepseer. Ze hielden ervan hun individualiteit te benadrukken met uiterlijk vertoon. Het is goed voor te stellen dat deze beweeglijke ruiters met hun grote baretten een tijd in een kerk bivakkeerden en om wat voor reden dan ook op de muur tekenden.
Waarom Tinallinge?
Maar waarom Tinallinge? Wie in de zestiende eeuw met paarden van Groningen naar Winsum wilde, kon de route via Adorp en Sauwerd nemen, maar daarvoor moest men de natte Koningslaagte doorkruisen. Een route via Ten Post en Middelstum om het woldland rond Bedum heen, lag vermoedelijk meer voor de hand dan we nu zouden verwachten. Tinallinge is op die route geen afgelegen dorp maar een logische tussenstop onderweg naar Winsum.
Stadhouder Rennenberg beschikte in de stad Groningen over bereden haakbusschutters, van deels Waalse, deels Nederduitse afkomst. Dan was er ook nog het zogenoemde Friese regiment onder Juan Baptista Tassis, en de ruiterij van Maarten Schenck van Nideggen. Schenck was een berucht krijgsheer die als militair ondernemer soms voor de Opstand, soms voor de Koningsgezinden vocht. De Groninger Archieven bewaren nog altijd brieven over de betaling van deze ruiters. Hieruit komt naar voren dat deze ruiters de omgeving in trokken om te plunderen, wanneer zij niet werden betaald. Er is een mogelijkheid dat de ruiters van Schenck ook Tinallinge hebben aangedaan.
Ook de geuzen onder leiding van Van Ewsum kunnen vanuit Winsum in Tinallinge sporen hebben nagelaten. Dorpelingen uit onder andere Tinallinge hebben in zogeheten rekesten namelijk melding gedaan van oorlogsschade in de vroege jaren 1580, in de hoop kwijtschelding van belasting te krijgen. Uit die stukken blijkt dat de geuzen in de vroege jaren 1580 flink hebben huisgehouden. Interessant gegeven: de dorpelingen zagen soldaten van het Spaanse gezag als ‘de onzen’ en beschouwden de geuzen als de vijand.
Honderd procent zekerheid zal er niet komen. In de jaren 1580 trokken er te veel verschillende legers door de Ommelanden: Duitsers, Walen, Friezen, Engelsen. De tekenaar van Tinallinge kan uit zo ongeveer half Europa afkomstig zijn geweest.
Interessante suggesties
De onleesbare spreuk zou ooit misschien kunnen helpen de identiteit van de ruiter vast te stellen. Vrijwilligers en medewerkers van de Archieven hebben zich er opnieuw over gebogen, ook met hulp van AI. Dat leverde interessante suggesties op, maar geen overtuigende lezing. Sommigen meenden in het eerste woord iets te zien als vos, Frans voor ‘uw’ of ‘jullie’. In een militaire context past zo’n beginwoord goed bij een dreigende spreuk of een markering van inbezitname. Maar er is ook een Nederlandse lezing mogelijk: sommigen lazen in de tweede regel iets als Vlege of Uw leger, gevolgd door een W en daarna een i. Het is heel verleidelijk daar ‘Winsum’ in te lezen, maar de spreuk is te beschadigd en te onduidelijk voor harde conclusies.
De tekeningen van Tinallinge bieden een klein maar bijzonder inkijkje in een zeer gewelddadige periode in de geschiedenis van de Ommelanden. Archiefstukken bevestigen dat Tinallinge regelmatig het toneel van geweld en doortrekkende soldaten moet zijn geweest. Op dit moment komen we niet verder dan dat de ruiter op de kerkwand één van hen is geweest.




