Boerderij Schelligheheert, met op de achtergrond nog net zichtbaar molen De Wetsinger.
Boerderij Schelligheheert, met op de achtergrond nog net zichtbaar molen De Wetsinger.

Schelligheheert in Wetsinge: boerderij van de Onsta’s

Algemeen Verhalen
Over de rijke geschiedenis van drie wierden in en rond Wetsinge

WETSINGE - Er liggen mooie plannen klaar voor boerderij Schelligheheert in Wetsinge. Het wordt een ontmoetingsplek, vogelweidegebied en centrum voor natuurinclusieve voedselproductie. Schelligheheert heeft ook nog eens een bijzondere historische achtergrond en maakte ooit deel uit van het bezit van de hoofdelingenfamilie Onsta. 

door Aad van der Drift

Wie over de N361 rijdt en molen De Wetsinger ziet, passeert in korte tijd maar liefst drie wierden die samen Wetsinge vormen. De drie werden vroeger UUirkingi, Werschum of Wetsinga genoemd, hetgeen zoiets als ‘de wierde van de persoon Werk’ betekent. De wierden worden nu aangeduid als Wetsinge I, Wetsinge II en Schelligheheert. Drie zo dicht bij elkaar liggende wierden komt niet vaak voor. Gelegen op de oeverwal van de vroegere Hunze is het echter niet vreemd dat ze juist hier liggen. Wetsinge I (Groot Wetsinge) is de nog steeds bestaande woonheuvel waarop een pastorie en oud kerkhof te vinden zijn. 

Geheel verdwenen

Rijdend over de provinciale weg raas je ongemerkt over de Wetsinge II. Deze wierde is geheel van de aardbodem verdwenen en zelfs tot 50 cm onder het maaiveld afgegraven. Het is wel de plek waar ooit de Nieuwe Onstaborg stond. De derde en kleinste wierde is Schelligheheert. De naam verwijst naar scheve (schellighe) huizen (heerd). Vandaag de dag staat op deze woonheuvel enkel nog een verlaten boerderij. Bij archeologische opgravingen in de omgeving werden sporen van een waterput en oude getijdengeulen ontdekt. Ook vond men hier een vroegmiddeleeuwse kralenketting. Al met al moet deze plek een bewoningsgeschiedenis van minstens tweeduizend jaar hebben. 

Zwaar versterkte burcht

De omgeving van Sauwerd-Wetsinge werd ruim zes eeuwen gedomineerd door de hoofdelingenfamilie Onsta; een familie die voortdurend overhoop lag met de stad Groningen. Ze woonden en werkten daardoor in een zwaar versterkte burcht, voorzien van muren met een dikte van twaalf voet, dubbele grachten en verdedigingstorens. Desondanks werd de borg meerdere malen (1400, 1499 en 1514) door stadse troepen belegerd en verwoest. Uiteindelijk bouwde Aepko Onsta (1516-1564) omstreeks 1540 een nieuw beveiligd steenhuis, Nieuw Onsta, op wierde Wetsinge II. Aepko was als redger (rechter) een fanatieke heksenjager. In 1547 en 1562 liet hij een man en een vrouw als heks verbranden. 

De gevelsteen die verwijst naar de historie van de boerderij: met een vermelding van Pieter Onsta én een religieuze tekst.

Schelligheheert stond er zeker al in de 16e eeuw; het werd beschreven als een zeer oud steenhuis, opgetrokken uit kloostermoppen en omringd door een brede gracht. “Zeer oud” suggereert dat het steenhuis wellicht al ver voor 1533 bestond. Op de in 1977 aangebrachte gevelsteen staat ook Pieter Onsta met het jaartal 1533. In een akte uit dat jaar wordt hij genoemd als de eigenaar en bewoner. Pieter was de broer van Abel Onsta, destijds heer van de Onstaborg in Sauwerd. De boerderij bleef gedurende de hele 16e eeuw nauw verbonden met de familie Onsta. Dit was een periode waarin de macht van de adel in de Ommelanden op zijn hoogtepunt was. 

Moord op pastoor

Na het overlijden in 1586 van de weduwe van Aepko, Gela van Ewsum, werd Schelligheheert bij de boedelscheiding expliciet genoemd als onderdeel van het Onsta-bezit, samen met heerden in Valkum en Arnwerd. Het definitieve einde van de macht van de Onsta’s werd ingezet door een moord door de volgende borgheer, Aylcko Onsta. Hij vermoordde in 1570 pastoor Regnerus Papinck in een herberg in Bedum. Deze daad bleef niet onbestraft en leidde direct tot de ondergang van Aylcko en het verdwijnen van de Onsta’s. De borgheer werd gevangen genomen en veroordeeld. Hij stierf in 1575 in de gevangenis, zonder kinderen na te laten en liet dus geen directe mannelijke opvolging na. De borg werd niet meer bewoond en raakte ernstig in verval. Rond 1600 werd het gebouw afgebroken. 

Orthodoxe gelovigen

De wierde Schelligheheert met daarop de boerderij was lange tijd een gunstig gelegen agrarisch bedrijf op de grens tussen de Meeden en het Hunzedal (het latere Reitdiepgebied). Geloof speelde een prominente rol in het leven van de bewoners. Zo werd de boerderij in de 19e eeuw bewoond door het echtpaar Roelf Klaassens Sikkens en Grietje Jans Koning. Grietje was een invloedrijke vrouw, die een leidende rol speelde in het religieuze leven van de streek. Schelligheheert werd een toevluchtsoord voor de ‘oefenaars’. Dit waren orthodoxe gelovigen die zich niet meer thuis voelden in de in hun ogen te vrijzinnige Nederlandse Hervormde Kerk. Zij kwamen in schuren en huizen bijeen voor godsdienstoefeningen, geleid door lekenpredikers. De spirituele ernst van deze beweging is tastbaar gebleven in persoonlijke documenten; een brief van Grietje aan haar dochter Jantje uit 1870 toont een wereldbeeld dat volledig in het teken stond van het hiernamaals en de goddelijke voorzienigheid.

Plek voor educatie, ontmoeting en studie 

Tegenwoordig is door schaalvergroting in de landbouw en de onmogelijkheid om naar het oosten uit te breiden door spoor en fietspad de Schelligheheert niet meer in gebruik als boerenbedrijf. Om de historische waarde te behouden, heeft de provincie de boerderij aangekocht. Stichting Schellingeheert probeert er een nieuwe bestemming aan te geven. Op basis van wensen uit de omgeving is een visie ontwikkeld waarin het herstel van natuur en landschap centraal staat. De ambitie is om de biodiversiteit te versterken en het oude waterpatroon te herstellen door gedempte sloten opnieuw uit te graven. In dit plan wordt de natuur niet langer beheerst met kunstmest of bestrijdingsmiddelen, maar juist ingezet als partner in het proces. Deze ecologische opzet ligt ten grondslag aan de transformatie van een boerenbedrijf naar een plek voor educatie, ontmoeting en studie. De plannen zijn bedoeld om de boerderij en zijn omgeving te behouden als nalatenschap van een rijke geschiedenis van drie wierden.