De beverrat.
De beverrat.

Waterschappen vangen weer minder muskus- en beverratten

Algemeen

NOORD-GRONINGEN - Door de waterschappen Noorderzijlvest, Hunze en Aa’s, Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen zijn afgelopen jaar opnieuw minder muskusratten gevangen. Dat betekent dat men de populatie steeds beter onder controle krijgt.

De dieren worden bestreden omdat ze schade toebrengen aan waterkeringen en oevers, door holen en gangen in dijken te graven. Ook maken ze nestkommen met uitgebreide ondergrondse gangenstelsels. Zo veroorzaken ze verzakkingen in dijken en kades. In het ergste geval kan een dijk of kade doorbreken en een polder onder water lopen. 

Kleine karekiet 

De muskus- en beverratten vormen ook een bedreiging voor de biodiversiteit. Ze eten planten als riet en lisdodde weg en verdringen daardoor inheemse diersoorten zoals de zwarte stern, de roerdomp en de kleine karekiet. Deze vogels leven in het riet, waar ook de muskus- en beverratten hun leefomgeving hebben.

Zo klein mogelijk 

De bestrijding van muskus- en beverratten is bij wet geregeld. Het doel is om de populatie zo klein mogelijk te houden, zodat schade beheersbaar is. De waterschappen vingen in 2022 9 procent minder muskusratten dan een jaar eerder. De vangsten daalden in totaal van 7.591 muskusratten in 2021 naar 6.950 in 2022. Ter vergelijking: tien jaar geleden vingen de waterschappen in Noordoost-Nederland nog 65.009 muskusratten.

Langs de grens

Ook de beverrattenvangst daalde. In 2022 waren dit er 314 tegenover 406 beverratten in 2021. Nederland heeft geen eigen populatie beverratten. Ruim 95 procent van de vangsten vindt plaats direct langs de grens met Duitsland. Als gevolg van opeenvolgende zachte winters en een minder goed georganiseerde bestrijding in Duitsland is de beverratpopulatie daar nog steeds omvangrijk. Als beverratten direct langs de grens worden gevangen, wordt voorkomen dat ze zich over het hele land verspreiden.

In 2019 besloten de waterschappen om, net als de beverrat, ook de muskusrat terug te dringen tot de landsgrens. Men streeft er naar dat in 2034 in het binnenland van Nederland geen levensvatbare populatie meer is.